Innovatie in de klas: hoe doe je dat?

Je hebt afgesproken om het onderwijs op jouw school te innoveren. Meer gebruik van ICT, betere aansluiting bij individuele behoeften van kinderen, de plannen zijn goed. Je weet waar je heen wil en de doelstellingen staan. Maar hoe zorg je voor in concrete veranderingen in de klas?  

De klas is de plek waar daadwerkelijke innovatie pas écht begint en de plek waar alle voorbereidende gesprekken en overleggen samen moeten komen. De klas is ook de plek waar alle leuke ideeën kunnen mislukken. Kortom: de klas is de schakel tot succes. Dus hoe zorg je ervoor dat ambities van de school worden vertaald naar effectieve veranderingen in de klas?  

Betrokkenheid

Bram Aerns van Montem Onderwijsadvies begeleidt innovatietrajecten bij verschillende onderwijsinstellingen. Hij ziet veel scholen met een brandende ambitie om gerichter, leuker en beter onderwijs te bieden. Tegelijkertijd ziet hij ook de moeilijkheden en de frustraties die zulke verandertrajecten kunnen veroorzaken. Er moet zo veel, maar eigenlijk weet niemand precies wát. Een belangrijke stap naar succesvolle innovatie begint volgens Aerns al in de verkennende fase.

"Het klinkt heel simpel, maar de eerste stap is het betrekken van docenten bij de ontwikkeling van beleidsplannen. Hiermee stimuleer je de intrinsieke motivatie van je team om te kunnen en willen innoveren.’’

Heldere doelstellingen

Door goed overleg zie je waar de behoeften van je team liggen en wat de capaciteit is om ambities waar te maken. “Het heeft geen zin om innovatie op te dringen. Zeker niet met onduidelijke doelstellingen. Wanneer je samen weet waar je naartoe wil is het cruciaal om heldere, haalbare en meetbare (SMART) doelen te stellen. Dit werkt motiverend. Ik geloof namelijk dat iedere docent elke dag een beetje innovatiever wil lesgeven, maar wel met realistische kleine stappen.’’

Projectteams

Dus heb je een visie voor de toekomst, inzicht in behoeften en capaciteiten, een gemotiveerd team en heldere doelstellingen? Dan is het tijd om innovatie naar de klas te brengen. “Je ontwikkelt voor elke doelstelling een projectplan, met een eigen projectteam. Deze teams bestaan uit docenten die worden geleid door één projectleider, meestal een enthousiast teamlid. Zij gaan concrete plannen bedenken voor in de klas’’, zegt Aerns. Hoe je deze teams indeelt verschilt per organisatie. Dit kunnen docenten uit dezelfde vakgroep zijn of een breder team. “Maar over het algemeen geldt: hoe specialistischer, hoe beter. Vakdocenten hebben de kennis van het vak en kunnen gerichter waardevolle aanpassingen doen.’’

Pilots

Je stelt als school de kaders op voor het projectplan. Je bepaalt samen waar de uitvoering aan moet voldoen en het belangrijkste: wanneer het plan geslaagd is. Daarna moeten de projectteams de vrijheid krijgen om te experimenteren, zegt Aerns. “Stel dat je als doelstelling hebt om wiskunde te personaliseren met digitaal lesmateriaal. Het projectteam laat bijvoorbeeld verschillende ICT-bedrijven die deze middelen aanbieden presenteren, verzamelt online lesmateriaal of start een pilot met het gebruik van een bepaald programma. (De resultaten komen vanzelf). Doordat vooraf goed, en met realisme, is nagedacht over het gewenste resultaat, kan de juiste vorm voor het opzetten van een pilot worden gekozen. Het is enorm belangrijk dat het team hierbij volledige ondersteuning krijgt, ook als het plan door voortschrijdend inzicht wordt bijgesteld.’’

Tijd

Jouw school zou morgen anders en innovatiever les kunnen geven dan vandaag, maar houd de verwachtingen realistisch. Een organisatie kan maar enkele grote veranderingen per jaar aan. “Geef docenten de tijd om de verandering eigen te maken, zorg voor betrokkenheid, goed materiaal, training en duidelijke, breed gedragen doelstellingen. Dit zal uiteindelijk een stabiele basis vormen voor succesvolle pilots en succesvolle innovatie in de klas.’’

Meer weten over ambitie omzetten in beleid?

Meld je nu aan voor de inspiratiesessie: 'Hoe realiseer ik echte verandering in mijn schoolorganisatie?'